Dossier: Zuid-Holland
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 23 augustus 1999

Provinciale Staten van
Provincie Zuid-Holland
Provinciehuis
Postbus 90602
2509 LP 's-Gravenhage

Betreft: Jaarrekening 1998

Geacht college,

Met mijn brief aan u van 22.12.1998 deed ik u enige opmerkingen bij de jaarrekening 1997 van uw provincie toekomen. (Jammer dat ik op deze brief, ondanks herhaalde verzoeken, nog steeds geen reactie van u mocht ontvangen.) Ik liet u weten dat wat de begeleidende teksten bij de jaarrekening alsook de rekening (van baten en lasten) weliswaar suggereerden dat in 1997 een saldo van baten en lasten van ƒ 23 miljoen was behaald, maar dat de jaarrekening als geheel in werkelijkheid een saldo van baten en lasten aangaf van ƒ 73,9 miljoen. Ik liet u echter ook weten dat aan de jaarrekening zelf te ontlenen was dat veel baten en lasten om allerlei redenen volstrekt onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven waren, en dat dus ook het saldo dat de jaarrekening in werkelijkheid aangeeft van ƒ 73,9 miljoen, niet het werkelijke saldo was. Door alle fouten in de jaarrekening was daaraan in het geheel niet te ontlenen wat de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan in werkelijkheid was. Hetzelfde gold ook voor de reserves. Ook wat als reservepositie getoond werd, klopte in het geheel niet.
Kortom, de jaarrekening 1997 stelde volstrekt niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over de financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldeed alleen daarom ook al niet aan belangrijke wettelijke voorschriften. Dat betekende dat de jaarrekening 1997 totaal ongeschikt was als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekende ook dat u de geïnteresseerde burger belangrijke informatie onthield, informatie waar hij wel degelijk recht op had!

Inmiddels heb ik ook de jaarrekening 1998 van de provincie Zuid-Holland bekeken. Wat ik zei over de jaarrekening 1997 geldt evenzo voor de jaarrekening 1998. Ook van de jaarrekening 1998 klopt niets. Bijna 300 pagina's vol fouten en klinkklare onzin.

Volgens de Inleiding bij de jaarrekening en volgens de rekening (van baten en lasten) zou er sprake zijn van een voordelig saldo van baten en lasten van ƒ 40,7 miljoen. Ook dit keer is dit niet het werkelijke saldo van de baten en de lasten. Ook nu weer zijn er baten en lasten buiten de rekening om in de jaarrekening verwerkt en zijn er bedragen in de rekening opgenomen die niets met baten en lasten te maken hebben. Ook dit keer is de rekening weer een bonte verzameling van "sommige baten en sommige lasten en veel andere willekeurige bedragen". De jaarrekening als geheel zelf laat zien dat het werkelijke saldo van de baten en de lasten "slechts" ƒ 16,9 miljoen is. Wat ik zei van de reservepositie ultimo 1997 geldt onverminderd ook voor de reservepositie ultimo 1998. Wat de balans daarvan zegt, klopt in geen velden of wegen: reserves onder de voorzieningen, voorzieningen onder de reserves, ontbrekende verplichtingen, etc. etc.

Het bedrag van ƒ 16,9 miljoen bereken ik simpelweg door het saldo van het eigen vermogen ultimo 1998 (volgens uw jaarrekening ƒ 322,8 miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen ultimo 1997 (volgens uw jaarrekening ƒ 283,4 miljoen). Het verschil (i.c. ƒ 39,4 miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie en naar zijn aard, het saldo van de baten en de lasten. Dit laatste althans onder de veronderstelling dat het eigen vermogen correct weergegeven wordt. Echter, tenminste zijn de zogenoemde "derden-reserves" helemaal geen reserves maar verplichtingen, en representeert de "voorziening uitgestelde intenties" in het geheel geen verplichtingen en is dus een reserve. Wanneer ik ten minste deze twee groffe fouten corrigeer, bedraagt het eigen vermogen ultimo 1998 ƒ 254,3 miljoen en ultimo 1997 ƒ 237,4 miljoen. Na deze correcties leert een vermogensvergelijking op dat de jaarrekening in werkelijkheid een saldo van baten en lasten aangeeft van de door mij genoemde ƒ 16,9 miljoen. En dat is wel iets anders dan de ƒ 40,7 miljoen waar u van uitgaat.

Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met een saldo van ƒ 16,9 miljoen. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten juist bepaald en weergegeven zouden zijn.
Aan de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en provincies en ook die van Zuid-Holland valt te ontlenen dat vele baten en lasten echter volstrekt onjuist bepaald en dus volstrekt onjuist weergegeven zijn.
Aan uw jaarrekening (1998 c.q. 1997) is (ten minste) te ontlenen dat: Aan de jaarrekening is derhalve wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en de lasten niet het gesuggereerde bedrag van ƒ 40,7 miljoen is, maar diezelfde jaarrekening stelt niet in staat daaraan te ontlenen wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl is.

Het valt ook op dat de (wettelijk verplichte) toelichtingen op de reserves en de voorzieningen voor een belangrijk deel ontbreken, waardoor de jaarrekening terzake van de reserves en de voorzieningen niet dat inzicht geeft dat een gebruiker nodig heeft en waartoe de wet overigens verplicht.

Het bovenstaande betekent alweer dat u uzelf en de burgers van uw provincie totaal verkeerd voorlicht met uw jaarrekening en dat u nog steeds uw provincie bestuurt op basis van volstrekt verkeerde cijfers.

Zoals ik ook in mijn brief van 22.12.1998 over uw jaarrekening 1997 schreef, hebben voor u als provinciebestuur bovenstaande constateringen nog een extra bijzonderheid. U kunt er vanuit gaan dat ook de jaarrekeningen en begrotingen van de (meeste) gemeenten in uw provincie, op dezelfde wijze zoals bij u, een volstrekt verkeerd beeld geven van de reserves en van (het saldo van) de baten en de lasten. Deze begrotingen en jaarrekeningen zijn dus totaal ongeschikt voor de provincie (i.c. het college van gedeputeerde staten) om financieel toezicht op deze gemeenten uit te oefenen.
(Soortgelijke brieven als deze stuurde ik inmiddels naar "uw" gemeenten Den Haag en Leiden.)

Graag verneem ik uw reactie.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef