Dossier: Zuid-Holland
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 22 april 2000

Provinciale Staten van
Provincie Zuid-Holland
Provinciehuis
Postbus 90602
2509 LP Den Haag

Betreft: Jaarrekeningen 1998 en 1997

Geachte Staten,

Met mijn brieven aan u van 22 december 1998 en 23 augustus 1999 deed ik u enige opmerkingen toekomen over de kwaliteit, i.c. de volstrekte onbetrouwbaarheid, van de jaarrekening 1997 respectievelijk 1998 van uw provincie. Het betreft een belangrijk onderwerp. De jaarrekening is immers voor u als Staten een belangrijk sturings- en verantwoordingsverslag.

Uw jaarrekening 1997 respectievelijk 1998, m.n. de rekening (van baten en lasten) en het saldo van de rekening, suggereert dat er in 1997 een batig saldo was van ƒ 23,0 miljoen en in 1998 van ƒ 40,7 miljoen. Nadere bestudering van uw jaarrekening laat echter zien, zo schreef ik u, dat er tot aanzienlijke bedragen baten en lasten buiten de rekening zijn gelaten. Dat betekent dat volgens uw jaarrekening 1997 het werkelijke saldo van alle baten en lasten niet ƒ 23,0 miljoen bedroeg maar ƒ 73,9 miljoen, en in 1998 niet ƒ 40,7 miljoen maar ƒ 16,9 miljoen. En dat is wel iets anders! Verder wees ik u erop dat de omvang van de verplichtingen en m.n. van de reserves totaal verkeerd is weergegeven. Ik wees u er ook op dat veel baten en lasten totaal verkeerd weergegeven zijn; ik noemde onder meer dat er rentelasten zijn opgenomen over niet bestaande schulden.
M.a.w. uw jaarrekeningen 1997 en 1998 vallen alleen te kwalificeren als een verzameling van volstrekt onjuiste en dus onbetrouwbare cijfers.

Ik heb kennis genomen van de reactie namens u van uw College van Gedeputeerde Staten van 4 april 2000.

Uw college constateert dat mijn opmerkingen over de betrouwbarheid, beter gezegd: de onbetrouwbaarheid, van uw jaarrekeningen geen rechtstreekse relatie hebben met de zogenoemde Ceteco-problematiek. Deze constatering is uiteraard juist; echter, nergens in mijn brieven had ik op een relatie gedoeld.
Sprekend over de Ceteco-problematiek, wijs ik u wel op de omstandigheid dat al ver vòòr het "uitbreken" van de Ceteco-affaire u als Statenleden aan uw jaarrekening 1998 had kunnen zien dat er iets heel merkwaardigs aan de hand was. In de jaarrekening 1998, die al in april 1999 beschikbaar was, had u (in de balans en de toelichtingen daarbij) overduidelijk kunnen lezen dat de (langlopende en kortlopende) vorderingen waren gestegen van ƒ 402 miljoen naar ƒ 818 miljoen, en dat de schulden waren gestegen van ƒ 942 miljoen naar ƒ 1.335 miljoen. De omvang van de opgenomen kasgeldleningen steeg van ƒ 367 miljoen naar ƒ 679 miljoen. Allemaal bedragen (ook de toenames daarvan) die u ernstig aan het denken hadden moeten zetten.

Mijn kritiekpunten op uw jaarrekeningen zijn zeer in het kort samen te vatten als:
Uw college schrijft: "Uitgangspunt in de verantwoording is dat het rekeningsaldo aansluit bij de in het dienstjaar geleverde prestaties." Dit zou inderdaad het uitgangspunt moeten zijn. Echter in uw jaarrekening is dit uitgangspunt terzake van de door mij genoemde kritiekpunten niet gehanteerd: er zijn baten en lasten betreffende prestaties van het jaar buiten de rekening gebleven, er zijn baten en lasten aan de rekening toegevoegd van prestaties die in andere jaren, zoals (wellicht) pas in komende jaren, geleverd zijn of worden, veel baten en lasten zijn verkeerd weergegeven.

Ik heb, in tegenstelling tot wat uw college suggereert, nergens beweerd dat baten en lasten betrekking hebbende op voorgaande dienstjaren verkeerd in de jaarrekening verwerkt zouden zijn. Het verweer van uw college raakt derhalve kant noch wal.

Uw college ontkent nergens dat er inderdaad baten en lasten buiten de rekening gelaten zijn!!

Mijn opmerking over een verkeerde verwerking en daarmee verkeerde presentatie van de vaste activa en daarmee van de financiële positie en ook van de jaarlijkse afschrijvingslasten wordt door uw college geheel verkeerd weerlegd. Mijn kritiek betrof niet het wèl of niet als ontvangst verantwoorden van desinvesteringen, maar het in één keer afboeken, bovendien buiten de rekening om, van investeringen, waardoor nooit meer de jaarlijkse afschrijvingslasten van de betreffende activa in de rekening zichtbaar worden.

Wat betreft de zogenoemde "Voorziening uitgestelde intenties" geeft uw college toe dat dit geen voorziening (dus geen verplichting jegens derden) is, maar onderdeel van het eigen vermogen. De "techniek" achter uw "Voorziening" uitgestelde intenties leidt ertoe dat de kosten van activiteiten die pas (wellicht) in het/een volgend jaar gaan plaatsvinden, al eerder (en dus in het verkeerde jaar!) als kosten gepresenteerd worden. Niet alleen uiterst merkwaardig, ook gezien het door uw college aangegeven uitgangspunt (zie hiervòòr): "... dat het rekeningsaldo aansluit bij de in het dienstjaar geleverde prestaties", het leidt uiteraard tot misleidende jaarrekeningen!

Uw college geeft toe dat inderdaad in de balans wachtgeld- en pensioenverplichtingen ontbreken!

Uw college geeft toe dat van het Rijk vooruitontvangen in een volgend jaar pas (wellicht) aan te wenden subsidies ten onrechte als reserve en dus als onderdeel van het eigen vermogen zijn gepresenteerd!

Uw college ontkent dat onder de rentekosten bedragen zijn opgenomen die betrekking hebben op niet bestaande schulden. Dat dit, zoals ik aangaf, toch wel degelijk het geval is, is te vinden in "Overzicht kapitaallasten 1998" (bijlagenboek 1998, pagina 27): "toegevoegd aan reserves en fondsen ƒ 12.654.000" en "Berekening ROP 1998" (bijlagenboek 1998, pagina 61): "Rente toegevoegd aan reserves en voorzieningen ƒ 12.776.000."
(De inhoud en betekenis van deze 2 overzichten zijn voor gewone mensen, zoals Statenleden, volstrekt onduidelijk, voor vakmensen is het complete nonsense.)

Uw college ontkent niet dat (wettelijk voorgeschreven!) toelichtingen op inhoud en betekenis van reserves en voorzieningen ontbreekt!

Wat doet u nu als zichzelf respecterende Statenleden van een provincie die het (mede door eigen onoplettendheid!) al moeilijk gehad heeft? U accepteert onbetrouwbare en dus misleidende jaarrekeningen? Hoe is het met de a.s. jaarrekening 1999?

Graag verneem ik uw reactie.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef