Dossier: Zeeland
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Provinciale Staten van
Provincie Zeeland
Provinciehuis
MIDDELBURG

Wijk bij Duurstede, 23 december 1998

Betreft: Jaarrekening 1997

Geacht college,

Als geïnteresseerde inwoner en dus burger van mijn woonplaats Wijk bij Duurstede heb ik al enige tijd een discussie met mijn eigen gemeentebestuur over de jaarrekeningen 1996 en 1997 van Wijk bij Duurstede. Van die jaarrekeningen klopt niet veel. Het zijn daarom hoogst onbetrouwbare documenten. Naar aanleiding daarvan plaatste het Utrechts Nieuwsblad bijgaande ingezonden brief van mij op 1.7.1998 (zie bijlage). Daarin noem ik enige gemeenten waarvan de jaarrekening ook niet klopt. Uit ervaring weet ik dat ook van de jaarrekeningen van de meeste provincies hetzelfde gezegd moet worden. Ik was daarom ook nieuw­sgierig hoe bijvoorbeeld de jaarrekening van uw provincie eruit zou zien. Nu ik echter ook van de jaarrekening (1997) van Zeeland kennis heb genomen, moet ik helaas ook van de jaarrekening van ùw provincie constateren dat ook deze een hoogst onbetrouwbaar en dus volstrekt onbruikbaar document is. Deze uitlating vereist, denk ik, enige toelichting. Ik denk ook dat ik u met mijn opmerkingen een dienst kan bewijzen. U kunt er bij uw volgende jaarrekeningen en begrotingen rekening mee houden. Vandaar deze brief.

De jaarrekening van een provincie is een belangrijk document: hiermee legt het college van gedeputeerde staten rekening en verantwoording aan u af over het door hem gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de begroting 1998 en de (a.s.) begroting 1999. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt u aan "uw" burgers rekening en verantwoording af van het door u gevoerde (financiële) beleid en beheer.

Ook de jaarrekening 1997 van Zeeland voldoet niet aan de meest elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag stellen: inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook niet aan de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en vaststellen van de gemeentelijke jaarrekening. Het is bovendien jammer van de moeite die eraan besteed is.

Wat betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan suggereren teksten in de jaarrekening en begeleidende teksten bij de jaarrekening (zie bijvoorbeeld de Aanbiedingsbrief) dat het saldo van de baten en de lasten ƒ (positief) 3,2 miljoen is. Niets is echter minder waar. Nadere bestudering van de jaarrekening leert dat het saldo van de baten en de lasten volgens de jaarrekening (NEGATIEF) ƒ 8,5 miljoen is. (En in werkelijkheid zelfs een heel ander bedrag, maar dat is vanwege de onvolkomenheden van de jaarrekening, met name van de toelichting, niet te achterhalen.) En dat is wel iets anders!

Het verschil wordt op de eerste plaats veroorzaakt doordat er verschillende (al dan niet omvangrijke) baten en lasten weliswaar in de jaarrekening zijn opgenomen, maar buiten de rekening zijn gelaten en buiten de rekening om rechtstreeks zijn toegevoegd of onttrokken aan het eigen vermogen. Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste statenleden en andere gebruikers zullen zijn - gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit door de voor u geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, uitdrukkelijk verboden. U moet alle baten en lasten in de rekening opnemen. Als u dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er uiteraard heel anders uitzien. De rekening zou dan ten minste het door mij genoemde bedrag van ƒ 8,5 miljoen als NEGATIEF saldo van de baten en lasten hebben gehad.
Het verschil wordt verder veroorzaakt doordat verschillende baten en lasten zijn opgehoogd met fictieve bedragen. De als baten en lasten gepresenteerde bedragen komen dus in verschillende gevallen volstrekt niet overeen met de werkelijke baten en lasten. Ook dit zal de niet deskundige lezers volkomen ontgaan.

Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou de rekening eindigen met het door mij genoemde negatieve saldo van ƒ 8,5 miljoen.
Het bedrag van ƒ 8,5 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1997 (volgens uw jaarrekening ƒ 133.777.511) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1996 (volgens uw jaarrekening ƒ 142.229.227). Het verschil (i.c. ƒ 8,5 miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan het (in dit geval negatieve) saldo van de baten en de lasten.

Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met een (negatief) saldo van ƒ 8,5 miljoen. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten juist bepaald en weergegeven zouden zijn.
Aan de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en provincies en ook die van Zeeland valt te ontlenen dat vele baten en lasten echter volstrekt onjuist bepaald en dus volstrekt onjuist weergegeven zijn.
Aan uw jaarrekening is (ten minste) te ontlenen dat:
Het is dus stellig niet waar wat in het "balans- en bijlagendeel" van uw jaarrekening vermeld staat (pag. 9) dat "baten en lasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben", hoewel de wettelijke voorschriften (de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften) dat uitdrukkelijk voorschrijven.

Aan de jaarrekening is wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en de lasten niet het gesuggereerde bedrag van ƒ 3,2 miljoen is, maar diezelfde jaarrekening stelt niet in staat daaraan te ontlenen wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl is.

Het valt ook op dat de (wettelijk verplichte) toelichtingen op de reserves en de voorzieningen voor een belangrijk deel ontbreken, waardoor de jaarrekening terzake van de reserves en de voorzieningen niet dat inzicht geeft dat een gebruiker nodig heeft en waartoe de wet overigens verplicht.

Kortom,
   ook de jaarrekening van Zeeland stelt volstrekt niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over de financiële positie van de provincie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet alleen daarom al niet aan belangrijke wettelijke voorschriften. Dat betekent dat de jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar, naar ik aanneem, ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burger en uzelf wel degelijk recht op hebben!

Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 1998 en uw begroting 1999 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt wegdoen. Wat heb je aan zoveel pagina's volstrekt onbetrouwbare informatie?

Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening krijgen die wèl voldoet.
Ten minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een antwoord op de volgende vragen:
Hetzelfde geldt ongetwijfeld en onverkort ook voor uw begrotingen 1998 en 1999.

Voor u als provincie hebben bovenstaande constateringen nog een extra bijzonderheid. U kunt er vanuit gaan dat ook de jaarrekeningen en begrotingen van de (meeste) gemeenten in uw provincie, op dezelfde wijze zoals bij u, een volstrekt verkeerd beeld geven van de reserves en van het saldo van de baten en de lasten. Deze begrotingen en jaarrekeningen zijn dus totaal ongeschikt voor de provincie (i.c. het college van gedeputeerde staten) om financieel toezicht op deze gemeenten uit te oefenen.

Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef