Dossier: Zeist
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant

Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Gemeenteraad van de Gemeente Zeist
Postbus 513
3700 AM  ZEIST

Wijk bij Duurstede, 28 oktober 1998

Betreft: Jaarrekening 1997

Geachte raad,

Als geïnteresseerde inwoner en dus burger van mijn woonplaats Wijk bij Duurstede heb ik al enige tijd een discussie met mijn eigen gemeentebestuur over de jaarrekeningen 1996 en 1997 van Wijk bij Duurstede. Van die jaarrekeningen klopt niet veel. Het zijn daarom hoogst onbetrouwbare documenten. Naar aanleiding daarvan plaatste het Utrechts Nieuwsblad bijgaande ingezonden brief van mij op 1.7.1998 (zie bijlage). Daarin noem ik als gemeente waarvan haar jaarrekening ook niet klopt, de gemeente Zeist. Deze uitlating vereist, denk ik, enige toelichting. Ik denk ook dat ik u met mijn opmerkingen een dienst kan bewijzen. U kunt er bij uw volgende jaarrekeningen en begrotingen rekening mee houden. Vandaar deze brief.

Wat van de jaarrekening van mijn eigen gemeente Wijk bij Duurstede geldt, geldt ook voor uw jaarrekening. Ook uw jaarrekening wordt dan weliswaar "Jaarrekening" genoemd, maar heeft met een jaarrekening, laat staan met een betrouwbare jaarrekening en dus met een betrouwbaar sturingsmiddel en met een betrouwbaar verantwoordingsverslag, niets uitstaande. Ruim 100 pagina's vol met hoogst onjuiste cijfers en onzin-teksten, waarvan de meesten van u ongetwijfeld niets begrepen zullen hebben. Het is uiteraard jammer van alle moeite die aan de jaarrekening besteed is.

Voor u is de jaarrekening een belangrijk document: hiermee legt het college van burgemeester en wethouders rekening en verantwoording aan u af over het door hem gevoerde (financiële) beheer en verder is de jaarrekening voor u een belangrijk ijkmiddel voor de betrouwbaarheid van de begroting 1998 en de (a.s.) begroting 1999. Ook voor de (geïnteresseerde) burgers is de jaarrekening een belangrijk document: d.m.v. de jaarrekening legt u aan de burgers rekening en verantwoording af van het door u gevoerde (financiële) beleid en beheer.
Het is daarom jammer dat ook de jaarrekening 1997 van Zeist in de verste verten niet voldoet aan de meest elementaire eisen die je aan een jaarrekening mag stellen: inzicht geven in de omvang van de baten en de lasten en het saldo daarvan, en in de omvang en samenstelling van het vermogen en m.n. van de reserves. Uw jaarrekening voldoet derhalve dus ook in de verste verten niet aan de wettelijke eisen die aan u gesteld worden bij het opmaken en vaststellen van de gemeentelijke jaarrekening.


Wat betreft de baten en de lasten en het saldo daarvan suggereren de rekening en de begeleidende teksten bij uw jaarrekening (zie bijvoorbeeld de Inleiding op pagina 5) dat het saldo van de baten en de lasten (overeenkomstig wat in de rekening opgenomen is) een bedrag van ƒ 6.823.000 is. Niets is echter minder waar.
Terecht meldt de Inleiding op pagina 3 dat er behalve de in de rekening opgenomen baten en lasten ook nog sprake is van buiten de rekening gelaten baten en lasten, en wel van ƒ 2.060.000 vanwege verkoop van gemeente-eigendommen en van nog eens ƒ 811.000 vanwege een positief resultaat van het grondbedrijf. Dit suggereert dat het saldo van àlle baten en lasten (ƒ 6.823.000 + ƒ 2.060.000 + ƒ 811.000 =) ƒ 9.694.000 bedraagt. Echter, ook dit is volstrekt niet waar.
Nadere bestudering van de jaarrekening leert dat het saldo van de baten en de lasten volgens de jaarrekening ƒ 11.583.000 is.  En dat is wel iets anders.

Het verschil wordt op de eerste plaats veroorzaakt doordat er (behalve de in de Inleiding en hiervòòr genoemde bedragen ook andere) verschillende (al dan niet omvangrijke) baten en lasten weliswaar in de jaarrekening zijn opgenomen, maar buiten de rekening zijn gelaten en buiten de rekening om rechtstreeks zijn toegevoegd of onttrokken aan het eigen vermogen. Omdat dit de niet deskundige lezers - wat de meeste gemeenteraadsleden zullen zijn - gemakkelijk ontgaat en hen dus gemakkelijk op het verkeerde been zet, wordt dit door de voor u geldende wettelijke voorschriften, i.c. de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, uitdrukkelijk verboden. U moet alle baten en lasten in de rekening opnemen. Als u dit, zoals de wet en vaste jurisprudentie uitdrukkelijk voorschrijven, gedaan had, zou de rekening er uiteraard heel anders uitzien.
Het verschil wordt verder veroorzaakt doordat verschillende baten en lasten zijn opgehoogd met fictieve bedragen. De als baten en lasten gepresenteerde bedragen komen dus in verschillende gevallen volstrekt niet overeen met de werkelijke baten en lasten. Ook dit zal de niet deskundige lezers volkomen ontgaan.

Als uw rekening correct zou zijn opgemaakt, zou de rekening eindigen met het door mij genoemde saldo van ƒ 11,6 miljoen.
Het bedrag van ƒ 11,6 miljoen bereken ik op eenvoudige wijze door het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1997 (volgens uw jaarrekening ƒ 91,5 miljoen) af te trekken van het saldo van het eigen vermogen op 31.12.1996 (volgens uw jaarrekening ƒ 79,9 miljoen). Het verschil (i.c. ƒ 11,6 miljoen) is namelijk, hoe je het ook keert of wendt, per definitie gelijk aan het saldo van de baten en de lasten.

Wanneer u alle baten en lasten in de rekening zou hebben opgenomen, zou deze dus geëindigd zijn met een saldo van ƒ 11,6 miljoen. Dit uiteraard wel onder de veronderstelling dat alle baten en lasten juist bepaald en weergegeven zouden zijn.
Van de jaarrekeningen van de meeste gemeenten en ook die van Zeist valt te ontlenen dat vele baten en lasten inderdaad volstrekt onjuist bepaald en dus onjuist weergegeven zijn.

Aan uw jaarrekening is (ten minste) te ontlenen dat:
Aan de jaarrekening van de meeste gemeenten is te ontlenen  dat:
Dit zal ongetwijfeld ook voor ùw jaarrekening gelden.

Door deze tekortkomingen in de presentatie van de vaste activa, de voorzieningen en het eigen vermogen stelt de jaarrekening ook niet in staat door vermogensvergelijking het werkelijke saldo van de baten en lasten af te lezen. Kortom, aan de jaarrekening is wèl te ontlenen dat het saldo van de baten en de lasten niet het door u gesuggereerde bedrag van ƒ 6,8 miljoen is, maar stelt overigens niet in staat te berekenen wat dan het saldo van de baten en de lasten wèl is.

Het verkrijgen van inzicht in wat het werkelijke saldo van de baten en de lasten is en wat de werkelijke omvang van de reserves is, wordt ook bemoeilijkt door het grotendeels ontbreken van (toereikende) toelichtingen bij de reserves en bij de voorzieningen. Deze toelichtingen worden overigens door de wet uitdrukkelijk voorgeschreven. Ook om deze reden voldoet uw jaarrekening dus niet aan de wettelijke eisen.

Wat betreft de toelichtingen die wèl bij de reserves en bij de voorzieningen gegeven zijn, valt op dat gegeven specificaties onvolledig zijn en niet aansluiten bij de in de balans genoemde bedragen.
Met name wat betreft de verbale toelichtingen bij de reserves en bij de voorzieningen valt op dat deze een bijzonder hoog "onzin-gehalte" hebben en dus daardoor de (niet-geschoolde) lezer volkomen op het verkeerde been zullen zetten.

Kortom,
  
ook de jaarrekening van Zeist stelt volstrekt niet in staat om een oordeel, laat staan een verantwoord oordeel, te vormen over de financiële positie en over de baten en de lasten en het saldo daarvan. En daar ging het toch in eerste instantie om! De jaarrekening voldoet alleen daarom al niet aan belangrijke wettelijke voorschriften. Dat betekent dat de jaarrekening totaal ongeschikt is als sturings- en verantwoordingsinstrument. Dat betekent dat u bijvoorbeeld de geïnteresseerde burger, maar, naar ik aanneem, ook uzelf, belangrijke informatie onthoudt, informatie waar de burger en uzelf wel degelijk recht op hebben!


Ik denk dat u ervan uit kunt gaan dat ook uw begroting 1998 en (binnenkort) uw begroting 1999 op dezelfde wijze als de jaarrekening zijn opgemaakt en dat u die dus, net zoals uw jaarrekening, maar beter meteen bij het oud papier kunt wegdoen. Wat heb je aan 100-en pagina's volstrekt onbetrouwbare informatie?

Ik denk dat er alle aanleiding is dat u de jaarrekening volledig laat overmaken en dat de burgers en uzelf een jaarrekening krijgen die wèl voldoet.
Ten minste heeft de belangstellende burger, maar ook uzelf, recht op een antwoord op de volgende vragen:
Hetzelfde geldt ongetwijfeld en onverkort ook voor uw begrotingen 1998 en 1999.

Uw reactie te vernemen stel ik op prijs.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef