Dossier: Zutphen
drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede

Wijk bij Duurstede, 12 juli 2007

De gemeenteraad van
gemeente Zutphen
Postbus 41
7200 AA Zutphen

Betreft: Jaarrekening 2006 van gemeente Zutphen

Geachte Raad,

Voor uw werk als gemeenteraad moet u kunnen beschikken over betrouwbare en bruikbare jaarrekeningen. Immers, met de jaarrekeningen legt het college van burgemeester & wethouders aan u en aan de burgers van Zutphen rekening en verantwoording af over de ontvangen en bestede gemeenschapsgelden.
Met mijn brief van 21 juni jl. aan u liet ik u weten dat de jaarrekening 2006 van uw gemeente niet betrouwbaar is en (dus) niet bruikbaar. In de jaarrekening 2006 presenteert het gemeentebestuur aan u een voordelig saldo van opbrengsten en kosten van € 2,4 miljoen. Ik verwijs u bijvoorbeeld naar pagina 9: "Het saldo van de jaarrekening is € 2.438.000" en: "Het rekeningresultaat is vastgesteld op 2.438". De rekening van baten en lasten (pagina 188) eindigt eveneens met het bedrag van € 2.438.000. Ik liet u weten dat dit pertinent onwaar is, want in werkelijkheid heeft de gemeente € 6.619.000 overgehouden. Dat is niet onbelangrijk, want bijvoorbeeld de opbrengst van de Onroerendezaakbelasting was € 5,0 miljoen. Als ik gelijk heb, betekent dit dat de Onroerendezaakbelasting onnodig aan de inwoners van Zutphen, die u geacht wordt als volksvertegenwoordigers te vertegenwoordigen, is opgelegd.
Ik liet u in mijn brief ook weten dat de presentatie van de financiële positie verre van juist is.
Ik liet u ook weten dat de jaarrekening boordevol klinkklare nonsens staat: allemaal interessantdoenerige onzin, waardoor menig niet financieel geschoold raadslid totaal op een dwaalspoor wordt gebracht.
Dus was mijn conclusie: de jaarrekening is alleen maar bruikbaar in de openhaard. De jaarrekening is beslist niet bruikbaar als verantwoordingsdocument!

U liet het aan het college over om naar mij te reageren. Zelf vond u het blijkbaar niet de moeite waard te onderzoeken of ik niet gelijk zou kunnen hebben en welke conclusies u daaruit zou moeten trekken. Ik ontving een reactie van het college met zijn brief van 4 juli jl. De reactie heeft mij hogelijkst verbaasd. Waarschijnlijk heeft u zelf niet de moeite genomen de reactie te bekijken. U vindt immers een goede controle op de ontvangst en besteding van de belastinggelden totaal onbelangrijk. Of toch niet?

Allereerst ontkent het college in zijn brief niet mijn gelijk dat het werkelijke saldo van de opbrengsten en kosten € 6,6 miljoen is. Integendeel, het college erkent mijn gelijk! Het college zegt: "In de jaarstukken 2006 wordt ... wel degelijk ... vermeld ... dat er een positief resultaat is van € 6,6 miljoen". Hoe duidelijk dat in die jaarstukken (en elders) vermeld was, moet u zelf uitmaken. Nu ook het college erkent dat er in werkelijkheid € 6,6 miljoen is overgehouden, erkent het college daarmee dat bijvoorbeeld mededelingen als "Het saldo van de jaarrekening is € 2.438.000" en "Het rekeningresultaat is vastgesteld op 2.438" pertinente leugens zijn.
Het college zegt over de presentatie van een voordelig saldo van € 2,4 miljoen dat dit zou zijn voorgeschreven door "bestaande wetgeving". Klinkklare onzin uiteraard, want het bestaat niet dat er "bestaande wetgeving" zou zijn die zou voorschrijven dat u voorgelogen moet worden. En ook al zou die wetgeving bestaan: een leugen blijft een leugen.

Ook wat betreft de door mij geconstateerde foute weergave van de financiële positie verwijst het college, daarmee impliciet mijn gelijk terzake toegevend (!), naar zoiets als "wettelijke voorschriften". Ook hier geldt uiteraard: klinkklare onzin, want het bestaat niet dat er "wettelijke voorschriften" zouden bestaan die voorschrijven dat u voorgelogen moet worden. En, alweer, ook al zouden die wettelijke voorschriften bestaan: een leugen blijft een leugen.

En wat betreft de vele klinkklare nonsens in de jaarrekening. Ook al zouden er wettelijke voorschriften bestaan waarin diezelfde nonsens staat, nergens staat voorgeschreven dat je die nonsens moet overschrijven in de Zutphense jaarrekeningen. Er staat wel uitdrukkelijk in die voorschriften (BBV artikel 3) dat jaarrekeningen van gemeenten zò moeten worden opgemaakt dat met name gemeenteraadsleden die jaarrekeningen goed kunnen begrijpen. Opvallend is dat het college in zijn reactie daar niets over zegt.

Het college verwijst in zijn reactie naar een of andere goedkeurende accountantsverklaring. Dat is dus zo'n soort verklaring die ook bij de boekhoudfraude-jaarrekeningen van WorldCom, Enron, Ahold en noem ze maar op, stonden.
Het college verwijst naar een of andere Rekenkamercommissie. Alsof daarmee gezegd zou moeten zijn dat de jaarrekening 2006 van gemeente Zutphen dus wel betrouwbaar moet zijn. Uw rekenkamercommissie zou niet de enige zijn die het terzake totaal aan deskundigheid ontbreekt.

Graag was ik u wederom van dienst.

Met vriendelijke groet en hoogachting,

L.W. Verhoef