drs. L.W. Verhoef
registeraccountant
Kersengaard 13
3962 JR Wijk bij Duurstede
Wijk bij Duurstede, 22 april 2000
Gemeenteraad van
Gemeente Zwolle
Postbus 10007
8000 GA Zwolle
Betreft: Jaarrekening
1998
Geachte raad,
Met mijn brief aan uw raad van 11 januari 2000
deed ik u enige opmerkingen toekomen over de kwaliteit, i.c. de volstrekte
onbetrouwbaarheid, van de jaarrekening 1998 van uw gemeente. Het betreft een
belangrijk onderwerp. De jaarrekening is immers voor u als raad een belangrijk
sturings- en verantwoordingsverslag.
Uw jaarrekening, m.n. de rekening
(van baten en lasten) en het saldo van de rekening, suggereert dat er in 1998
een batig saldo was van ƒ 4,1 miljoen. Nadere bestudering van uw jaarrekening
laat echter zien, zo schreef ik u, dat er tot aanzienlijke bedragen baten en
lasten buiten de rekening zijn gelaten: ruim ƒ 150 miljoen aan baten en ruim ƒ
155 miljoen aan lasten. Volgens uw jaarrekening was het werkelijke saldo van
alle baten en lasten niet ƒ 4,1 miljoen maar ƒ 3,3 miljoen. En dat is wel
iets anders! Verder wees ik u erop dat de omvang van de verplichtingen en m.n.
van de reserves totaal verkeerd is weergegeven. Ik wees u er ook op dat veel
baten en lasten totaal verkeerd weergegeven zijn; ik noemde onder meer dat er
rentelasten zijn opgenomen van ƒ 4,0 miljoen over niet bestaande
schulden
M.a.w. uw jaarrekening 1998 valt alleen te
kwalificeren als een verzameling van volstrekt onjuiste en dus onbetrouwbare
cijfers.
Met verbazing heb ik kennis genomen van de
reactie van uw college van burgemeester en wethouders namens u van 21 april 2000
op mijn brief.
De reactie van uw college gaat nergens
inhoudelijk in op mijn opmerkingen.
Het enige dat uw college doet is melding maken
van het bestaan van de zogenoemde Comptabiliteitsvoorschriften, de wettelijke
bepalingen waaraan de jaarrekeningen van gemeenten (en provincies) moeten
voldoen, en van het feit dat de Comptabiliteitsvoorschriften afwijken van het
Burgerlijk wetboek. Alsof ik dat niet zou weten!
Nergens in mijn brief van 11 januari 2000 heb ik
gerefereerd aan het Burgerlijk Wetboek!
Mijn kritiekpunten op uw jaarrekening zijn zeer
in het kort samen te vatten als:
-
er zijn baten en lasten (tot een bedrag van ruim ƒ 300 miljoen) buiten de
rekening gelaten, waardoor het saldo van de rekening niet overeenkomt met het
saldo van de (= alle) baten en lasten;
-
veel baten en lasten zijn verkeerd weergegeven;
-
door een verkeerde weergave van balansposten als vaste activa en m.n. de
verplichtingen klopt van de weergegeven omvang van de reserves en van de
financiële positie als geheel helemaal niets;
-
alleen daardoor al voldoen de jaarrekeningen in de verste verten niet aan
de wettelijke voorschriften, i.c. de
Comptabiliteitsvoorschriften.
Of een jaarrekening betrouwbaar is of niet, wordt
niet bepaald door wettelijke voorschriften, maar door het waarheidsgehalte van
de in die jaarrekening opgenomen informatie.
Om in dit kader de gedachten te bepalen zou u
zich moeten afvragen: wat heb ik liever, een jaarrekening die betrouwbare
informatie bevat of een jaarrekening die voldoet aan wettelijke bepalingen. De
interpretatie van de Comptabiliteitsvoorschriften van uw college , maar ook van
mijzelf, zijn in dit kader volstrekt irrelevant.
(Voor alle duidelijkheid, ingaand op de reactie
van uw college:
-
Het "netto waarderen van materiële vaste activa" is een term die door uw
college ten onrechte in dit kader wordt gebruikt; de term hoort thuis in een
ander verband.
-
De Comptabiliteitsvoorschriften spreken nergens over "toevoegen van rente
aan reserves".
-
Het klopt dat "nog niet bestede geoormerkte rijkssubsidies en
egalisatierekeningen" volgens de Comptabiliteitsvoorschriften tot de reserves
gerekend moeten worden. Dit is een ernstige fout van deze voorschriften (zoals
het ook een ernstige fout zou zijn om voor te schrijven dat vorderingen onder de
schulden zouden moeten worden opgenomen). Het opvolgen van dit voorschrift leidt
tot een ernstige verminking van de weergave van (het saldo van) de baten en
lasten en van de financiële positie, reden waarom overigens veel gemeenten en
provincies dit voorschrift - terecht - niet
opvolgen.)
Kortom, uw jaarrekening 1998 blijft een
verzameling van hoogst onbetrouwbare cijfers. Hoe zal het gaan met uw
jaarrekening 1999?
U kunt erop rekenen dat ook uw begroting 2000,
voor u toch een uiterst belangrijk sturingsinstrument, even onbetrouwbaar is.
Gaat u daar toch mee verder?
Graag verneem ik uw
reactie.
Met vriendelijke groet en
hoogachting,
L.W. Verhoef